Roptazijl

Als puber raak je voor het eerst in je leven verwikkeld in een aantal levenszaken, waarvan liefdesverdriet nog wel de minst dramatische is. Het valt niet mee om als jong volwassene dat slungelende lichaam met je mee te zeulen in een wereld waarin niemand je begrijpt. Zeker je ouders niet. Dus wat doe dan? You flight or fight. Ik noem drie opties: gamen, blowen en fietsen.

In mijn puberteit kon je niet gamen. Ja, in het echt, met een voetbal op een veldje. Er was nog geen X-box of playstation. Je kon wel een potje tafeltennis spelen op de televisie, met van die verschrikkelijke “ping” geluiden, maar dat is toch net iets anders dan “Call of Duty” of “Halo”. Puberen is altijd een ellende, maar geloof me, vijfendertig jaar geleden en zonder computers was het een hel.

Blowen kon toen al wel. Er waren mensen die dat deden, maar het had nog niet de vlucht genomen van nu. Hoewel, ik heb me laten vertellen dat puberaal Harlingen tegenwoordig aan weer heel ander snoepgoed zit. Wij kwamen niet veel verder dan shag. Gamen en blowen zijn goed te combineren, al is dat laatste funest voor de fijne motoriek. Dat heeft weer desastreuze gevolgen voor de score op de X-box. Nee, het leven van een puber is nog niet zo eenvoudig.

Gamen en blowen zijn vluchtroutes. Ze werken zolang je onder invloed bent, maar het nuchter worden is een weinig inspirerend proces. Het leven blijkt net zo onverbiddelijk als voordat je stoned werd en in de tussentijd is er niets gebeurd. Je hebt alleen tijd verloren. Dat leidt tot neerslachtigheid en daarom neem je een nieuwe joint. Kom daar maar eens uit.

Iets doen is de derde optie. Dat kan sporten zijn of muziek maken of schrijven als je daar talent voor hebt. Iets doen lost niet noodzakelijkerwijze iets op, maar het geeft een gevoel van voldoening. Ik fietste. Hard. Helemaal naar Roptazijl. Duurde wel een half uur. Dan kwam ik daar bezweet aan, klom ik de dijk over en tuurde uit over zee. Met name als het mistig is heeft Roptazijl iets onheilspellend metafysisch. Er liggen twee pieren die met hun armen het gemaal beschermen, maar tegen wat eigenlijk? Er liggen geen boten die er beschutting zoeken. Het water is te ondiep. Bovenop loopt een steigertje naar het niets. Je weet dat daar de wereld niet ophoudt, want erachter ligt altijd nog Terschelling. Hoe langer je kijkt, hoe meer je blik opgaat in de mist. In ieder geval, dat soort gedachten. Kwam ik helemaal van tot rust. En dan moest ik dat hele takkenend weer terug.

Ik weet niet of een eind fietsen het wondermiddel is om de puberteit te overwinnen, maar een tripje naar Roptazijl is een genot. Ik vind het de parel van de Waddenzee, Harlingen ten spijt. Het is er rustig, verstild en je kunt er heerlijk zwemmen, hoewel de mensen die dat doen, eigenlijk niet willen dat ik dat hier in de krant zet.

 

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest