Er waart een lijn door Curaçao. Waar die precies loopt weet ik niet, want hij is even onzichtbaar als onmiskenbaar, maar ik weet wel dat ik me er aan de goede kant van bevind. En dat is opmerkelijk.
Ik ben namelijk op een industrieterrein. Daar zijn vijf jaar geleden wonderlijke dingen gebeurd. Het begon met de omheining van een middelgroot perceel en het planten van onnoemelijk veel tropische fauna. Dat kunnen ze goed in Curaçao. Ze hebben daar ervaring met plantages. Vervolgens hebben ze er huisjes opgezet. Schattige huisjes in de kleuren van de regenboog. Met veranda. Er verrees een restaurant –Italiaans inclusief houtoven – en er werd een zwembad gegraven met een palmboom in het midden. Niet zo’n naargeestig rond geval waar kinderen krijsend in plonsen, maar een hoekig zwembad, met plateaus en uitlopend op de bar. Veel wit en natuursteen. Jan de Bouvrie – die op dit eiland behoorlijk heeft huisgehouden – zou er zijn vingers bij aflikken.
Na vijf jaar zijn die bomen gegroeid en houden het industrieterrein veilig buiten het zichtveld. Geen spoor van de raffinaderij. Er is een volière met vogels die zingen dat het een lust is. Of het zijn cassettebandjes. In ieder geval is de tropische ervaring compleet.
Ze hebben het klein gehouden. Enkele tientallen huisjes. En eigenlijk belachelijk betaalbaar voor een weekje poedelen in de Cariben. De romanticus in mij is verrukt, de Hollander in mij vindt zich spekkoper maar de bedrijfskundige denkt en rekent: hoe krijgen ze dat gefinancierd?
Het antwoord ligt in de rechter buitenhoek van het complexje, vlak achter het zwembad. Daar komen en gaan keurige dames met de tas iets te stijf onder hun arm geperst. Soms ook een meneer die quasi achteloos maar doelbewust het duistere gebouwtje binnengaat. Die langzame parade gaat dag en nacht door.
Ik denk dat casinovergunningen hier alleen worden afgegeven in combinatie met een hotel of resort. Het is een “stil” casino voor de lokale markt. Je moet weten dat het bestaat. Nergens staat het aangegeven. Geen grote neonreclames voor de deur. Geen Amerikaans klatergoud. Bewijzen kan ik het niet, maar ik vermoed dat dit hele complex is gebouwd voor dat ene gebouwtje.
Ik zit loom met mijn voeten in het zwembad. Vriendelijk knik ik naar de aardige mevrouw die langsloopt. Ze ziet me niet, maar dat geeft niet. Ik rek me nog eens behaaglijk uit. Want zeg zelf: als je gratis met je voeten in het zwembad zit en de fine fleur van Curaçao is jouw vakantie bijeen aan het gokken, dan weet je dat je aan de goede kant van de lijn zit.

