De stille Stad

t IJ van Columbus Het is druk in Amsterdam. Ik hou van de reuring en de geluiden. Van het rolkoffer-terrorisme heb ik niet veel last en de Spaanse en Chinese klanken op straat klinken me aangenaam in de oren. Het is de prijs en de charme van een mooie stad. Ik ben hier niet gekomen omdat het zo op Assen lijkt. Maar soms wil ik wel ontsnappen aan al het vertier. Een rustpunt vinden in deze oase van geluid. Waar is het stil, zonder dat ik er helemaal voor naar Drenthe moet? Ik sprak erover met een paar mensen, onder wie Martijn van den Dobbelsteen, hoofdredacteur van De Brug.  ‘Ga op zoek!,’ zei hij, en zo ontstond deze rubriek, een speurtocht naar de stilte in de stad.  Op weg naar het CS wring ik me door een zwerm toeristen heen. Als ik rust op de drukste plek van Amsterdam kan vinden – zo had ik bedacht –  dan is er hoop voor de rest van het jaar. Maar die zinkt me een beetje in de schoenen. Het staat stijf van de mensen en iedereen is op weg ergens naartoe. Alleen achter de stationspiano zit een jongen zich doodstil voor te bereiden op zijn eigen pianoconcert. Zijn handen rusten op de toetsen, en brengen geen geluid voort. Stilte voor de storm. Voor de winkel van Lushvermengen alle geurtjes zich tot een soort wc-verfrisser. Weg hier.  Ik loop door het station heen en neem de veerpont naar Noord. De massa trekt stroperig met mij mee. Aan boord loop ik door naar het voordek met een goed zicht op de overzijde. Vroeger begon daar de rest...

Roptazijl

Als puber raak je voor het eerst in je leven verwikkeld in een aantal levenszaken, waarvan liefdesverdriet nog wel de minst dramatische is. Het valt niet mee om als jong volwassene dat slungelende lichaam met je mee te zeulen in een wereld waarin niemand je begrijpt. Zeker je ouders niet. Dus wat doe dan? You flight or fight. Ik noem drie opties: gamen, blowen en fietsen. In mijn puberteit kon je niet gamen. Ja, in het echt, met een voetbal op een veldje. Er was nog geen X-box of playstation. Je kon wel een potje tafeltennis spelen op de televisie, met van die verschrikkelijke “ping” geluiden, maar dat is toch net iets anders dan “Call of Duty” of “Halo”. Puberen is altijd een ellende, maar geloof me, vijfendertig jaar geleden en zonder computers was het een hel. Blowen kon toen al wel. Er waren mensen die dat deden, maar het had nog niet de vlucht genomen van nu. Hoewel, ik heb me laten vertellen dat puberaal Harlingen tegenwoordig aan weer heel ander snoepgoed zit. Wij kwamen niet veel verder dan shag. Gamen en blowen zijn goed te combineren, al is dat laatste funest voor de fijne motoriek. Dat heeft weer desastreuze gevolgen voor de score op de X-box. Nee, het leven van een puber is nog niet zo eenvoudig. Gamen en blowen zijn vluchtroutes. Ze werken zolang je onder invloed bent, maar het nuchter worden is een weinig inspirerend proces. Het leven blijkt net zo onverbiddelijk als voordat je stoned werd en in de tussentijd is er niets gebeurd. Je hebt alleen tijd verloren. Dat leidt tot neerslachtigheid en...

Moeke

“Harlingen heeft een moeke-cultuur.” Het was de opmerkelijke conclusie van een gesprek dat ik voerde met iemand op het stadhuis. We hadden het over de havens en de Rolling Stones en wat er nu toch zo bijzonder was aan Harlingen en toen viel ineens het M-woord. In deze stad is de vrouw de baas. Niet iedere vrouw. Moeke. Daar had ik nooit bij stilgestaan. Dacht altijd dat hier de ouwe seunen het voor het zeggen hadden. Of desnoods de burgemeester. But not. Is moeke de baas? Die mening wordt bevestigd door een andere ouwe seun, die mij ooit nog eens bij de nekharen uit de Stube heeft gebanjerd. Volkomen ten onrechte natuurlijk. U kent hem wel. Feyenoorder, loopt al jaren door de stad, kan heel aardig zingen en heeft een originele kijk op het leven, op Harlingen en dus ook wel op moekes. “Moeke was de baas bij ons. Er was maar één baas thuis, en die regeerde met harde hand. Mijn vader was altijd weg, aan het werk en kwam pas ’s avonds langs als het eten klaar stond. In het weekend ging ie naar de kroeg, maar was wel precies op tijd terug. Anders kon die wat beleven. Moeke he?” Latino’s hebben Mama mia en wij hebben moeke. Daarmee lijken we wel wat op al die mediterrane landen, die hun moeder een centrale plaats toekennen. Een matriarchale samenleving. Dat maakt Harlingen tot een stukje Italië aan de Waddenzee. Vind ik wel weer een zonnig perspectief. In de publieke ruimte valt die vrouwenverering wel tegen. Ik loop door de stad en kijk naar de beelden van onze helden....

Engelenstad

Harlingers vergelijken hun stad graag met de wat grotere buren. “Eigenlijk zijn we een voorstad van Londen.” Of: “Harlingen is net klein- Amsterdam”. In dat laatste zit wel iets. Harlingers hebben een grote mond, maar een klein hartje. Het hart op de tong. En altijd sjanteren, al heet dat in Amsterdam natuurlijk anders. Maar van een officiële band is het nooit gekomen. Zelfs Franeker heeft een zusterstad. Het heet Storaljajhely en het ligt in Hongarije. Dat kan natuurlijk veel ambitieuzer. Wat we nodig hebben is een reddende engel. En die is er. Hij (een engel is mannelijk) woont op de gevel van het oudste stenen huis in de stad en staat daar al sinds 1596. Elk jaar kijkt hij fier en onbewogen naar het Lanenkaatsen en beschermt de mensen in ‘zijn’ pand. Misschien beschermt hij ook wel het kaatsen of zelfs alle mensen in Harlingen. Waar het mij om gaat, die engel is goud waard. Lang niet elke stad kan bogen op zijn eigen engel. Rome heeft wel een engelenburcht, maar geen engel. Kopenhagen heeft een zeemeermin, die op een rots bij de haven zit. Het is schattige meermin en daarmee engelachtig, maar niet een echte engel. Als ik er over nadenk is er maar één stad die zich op dit hemelse vlak met Harlingen kan meten. “Een engelenstad.” Zo noemen de mensen uit Los Angeles hun woonplaats aan de grote oceaan. Het dorp werd in 1781 gesticht door de Spanjaarden die het opdroegen aan Nuestra Señora la Reina de los Ángeles del Río de Porciúncula. Die zou de stad beschermen. Dat ging niet helemaal goed, want de spanjolen verkwanselden LA al...

Pierlala

Harlingen heeft een nieuwe pier. Dat is een gebeurtenis waar ze in Scheveningen heel opgewonden van zouden worden, maar hier valt het wel mee. Van der Valk Hotels is ook nog niet aan het bouwen geslagen. Nu moet gezegd; de pier is niet heel erg groot, hij is van plastic bovendien en bij eb ligt hij gewoon op het strand. Er zijn nog twee pieren in Harlingen. Die houden golven tegen en daardoor is het veilig in de Willemshaven. Je kunt er ook op, helemaal naar het einde lopen en daar het meisje van je dromen kussen. Welke Harlinger heeft dat niet gedaan? Die pieren liggen als twee armen liefdevol om de stad heen en beschermen haar met bazalten tederheid. Maar nu pier nummer drie. Ik trof hem deze week aan bij eb. Lag ie daar, helemaal in zijn blootje op het strand, eindigend in het niets. Een gezin had bezit genomen van de pier. De vader lag als een zeeleeuw op de rand uit te buiken en moeder was druk in de weer met haar telefoon. De kinderen, twee meisjes en een jongen, waren uitgewaaierd. De meisjes hadden elk een stuk strand gevonden om uit te scheppen. En de jongen stond op de uitkijk. Aan het einde van de pier. Neem van mij aan, op die pier was niets te doen. En zeker niet aan het eind. Er stond geen meisje om gekust te worden. Zelfs geen zeemeermin. Ik had wel met de jongen te doen. Uitgebluste vader en telefonerende moeder. Twee zussen met een schep in de weer en hij maar wachten. Aan het einde van de...

Pin It on Pinterest