Verstand van kunst

Jaap op straat 2

“Da’s mooi meneer.”

“Nou, dank u beleefd.” Ik sta op de hoek van de Krommestraat te schilderen met het uitzicht op de Havik. In februari heb ik de eerste versie ervan opgezet, maar toen was er nog geen blad aan de bomen. Nu staat die kale boomstam midden in mijn schilderij te prikken en dat is geen porem. Ik zet ferm de kwast op het doek en blok een groot gedeelte van het schilderij af met een mengsel van zwart en geel, waardoor een diepgroen ontstaat. Zo. Dat wordt het blad aan de boom. Kind kan de was doen.

“Ik kan dat goed bezien, want ik doe zelf ook aan kunst.” Ik kijk op van mijn werk en zie een wat oudere vrouw. Met plastic tas.

“Da’s mooi mevrouw. Schildert U ook? ”

“Nou, nee. Ik borduur. Wilt U het zien? ”

“Ik zou het niet willen missen.“

De plastic zak gaat open en vol trots worden mij vijf kerstkaarten getoond. De kerstboom is erop gestickt en ook de randen zijn met rode draad geborduurd.

“U bent er vroeg bij, mevrouw.“

“Weet U, ik kan niet stilzitten. Ik ben aangereden en toen moest ik heel lang in bed liggen. Gek werd ik ervan. Toen ben ik kunst gaan doen. Het is alvast voor kerstmis. Mooi he?”

Ik voel al stiekem in mijn broekzak op zoek naar kleingeld, want ik voel de bui al hangen, maar op hetzelfde moment gaan de kerstkaarten weer terug in de plastic tas.

“Twee maanden heb ik in coma gelegen. En die jongen kreeg maar 120 uur taakstraf. En nu borduur ik dus. Omdat ik niet kan stilzitten.”

“Het is geen eerlijke wereld, mevrouw”, troost ik haar. Ze knikt bevestigend en kijkt vervolgens priemend naar mijn doek.

“Het is een mooi schilderij, meneer. Dus U kunt wel horen dat ik er verstand van heb”. En weg loopt ze.