Ter voorbereiding van de tocht door het indianengebied – ruige modderwegen! – staat de auto bij de garage in het centrum van de stad. Banden en remmen checken en al die andere dingen waar ik totaal geen verstand van heb. Er tegenover bevindt zich de gevangenis. Om de paar meter staat een uitkijktoren met gewapende bewakers erop. Ze hebben kogelvrije vesten aan. Dat doet wel een aantal vragen rijzen.
Waarom bouw je een gevangenis in het centrum van de stad? En geloof me, dit is niet de eerste stad waar ik zo’n verzameling boeven vlakbij het plaza central aantref. Een centrum is voor leuke dingen, cafés, de kerk, voor shopping malls desnoods, maar toch niet voor moordenaars? Die stop je keurig in een buitenwijk. Daar is het veel beter beveiligen op veel goedkopere grond.
En dan natuurlijk de hamvraag: waarom al die wachttorens? Dit land kent een lange traditie van bewaken en beveiligen. En die gasten weten dondersgoed dat je dat veel beter – en goedkoper – met electronica kunt doen. Cameraatje erop, beetje schrikdraad en klaar is Pedro. Maar nee, een groep gewapende bavianen staat duidelijk zichtbaar om de twintig meter op wacht. Geweer in de aanslag. Zonnebril op (ook zoiets, waarom altijd die zonnebrillen?). En dat, dat is geen glimlach op zijn gezicht.
Waarom? “Because we can”, is het antwoord dat mij gegeven wordt als ik er naar vraag. Nadat ik mijn opengevallen mond weer heb gesloten en dit Obamanesque antwoord tot mij laat doordringen, besef ik de diepe waarheid ervan. Eigenlijk is die gevangenis een groot levend billboard. Het zegt met zoveel woorden: wij zorgen dat de boeven veilig opgesloten zijn, zodat jij rustig kunt gaan winkelen. En haal je geen gekke dingen in je hoofd, want hier is best nog wel een plaatsje vrij. Die geweerlopen zijn als het ware twee kanten op gericht. Ik vraag me af welke kant van de muur ze werkelijk bewaken.
En het rare is, er hangen gewoon beveiligingscamera’s. Die Chilenen zijn ook niet gek.

