Spielerei

IMG_0048

Twee jongens spelen Saccomazzone in de tuinen van Boboli. Het lijkt me een ingewikkeld spel. Beiden zijn geblinddoekt en raken met één hand een steen aan. Dat moet. Degene die loslaat heeft verloren. De linker figuur heeft een stok in zijn hand en de rechter kruipt bijna onder hem door. Aan de lach op hun mond te zien hebben ze er beide schik in, dus het zal geen dodelijke afloop hebben. Ik gok erop dat de een de ander moet raken, maar weten doe ik het niet. Hier eindigt mijn kennis van het spel.

De jongens zijn doorgewinterde spelers en staan al een half millennium te exerceren. Exact. Het beeld stamt uit 1516 en is een coproductie van Orazio Mochi en Romolo Ferrucci detto del Tada. Ik weet niet waarom er twee beeldhouwers voor nodig waren, maar het lijkt me een gezellig project te zijn geweest. Teamsport zogezegd. Je komt niet vaak spelende figuren tegen op Florentijnse sokkels. Maar brood en spelen zijn een Romeinse uitvinding, dus zo raar is het niet dat een spel vereeuwigd wordt. Het is een luchtig intermezzo tussen alle beelden van hotemetoten en mythische figuren die iemand het hoofd afhakken. Er staat een hoop ellende op die sokkels, als ik erover nadenk. Waarom is dat toch?

Florence heeft een kleinduimpjescomplex. De beelden van David laten zien dat een simpele herdersjongen een reus kan doden. Het was een soort Pokemon hype in de Florentijnse Renaissance. Niet alleen Michelangelo, maar ook Donatello, Verrocchio en een schare volgelingen hebben zich eraan gewaagd. Hun Davids zijn door de hele stad te zien (check ook het Bargello museum!). De Davidfiguur is een ferme waarschuwing aan alle steden en landen die groter zijn dan Florence. Ken je die waarschuwing van Bush nog? Do not mis-understimate me! Daarnaast is Judith, die het hoofd van Holofernes afsnijdt, een populair thema. Het onderstreept dat je met vrouwelijke list een sterke tegenstander kunt overwinnen. Steek die maar in je zak, Rome, Milaan en Napels! En dan heb je nog Perseus, die Meduza de strot afsnijdt. Maar dat had iets te maken met het verraad van de Medici’s. Ook populair in het straatbeeld.

De beelden van Florence lezen als verkeersborden. Ze waarschuwen, geven richting en manen tot voorzichtigheid. Maar het is allemaal even bloederig. Geef mij maar die gozers die Saccomazzone spelen. Het is een spannende momentopname (wie, wie gaat er winnen???) en er gaat niemand dood. Bovendien staat het in de schaduw, wat verdomde handig is in juli.

Slachtbank

IMG_0042

PAS OP! Dit is geen tortelfontein, al doet het zoete tafereeltje anders vermoeden. Hier wordt de romance in Florence niet bedreven. Geen sprookje met happy end op deze bank en zeker geen rustiek zitje voor koutende oude mannetjes. Hier staat een slachtbank. En de beulen zijn nabij.

De fontein van Borgo San Iacopo bevindt zich recht tegenover de Ponte Vecchio in Oltrarno. Aan de overkant dus. Uitgeteld ploffen de buitenlandse toeristen hier neer, die de lange oversteek naar ‘de andere kant’ hebben gemaakt. Ze zijn al gemangeld door de vele straatventers op de brug en misschien zelfs al gerold. Hier is het bijkomen en moed vergaren voor de laatste paar honderd meter, helemaal naar het Pittipaleis.

Een oud Duits stel strijkt neer met zichtbare opluchting op het gelaat. Ze toveren een zakdoek te voorschijn en beginnen uitgebreid hun hoofd te deppen. Naast hen zakt een Amerikaan op de bank neer, een hartverzakking nabij. Ik moet toegeven, het is heet vandaag. Alle drie turen ze wezenloos voor zich uit. Ze kijken mijn richting uit, maar ik geloof niet dat ze mij gewaar worden. Ik sta half verscholen in een schaduwrijke portiek. Op dat moment gaat links een wat oudere tanige man zitten, kijkt om zich heen – geen politie – en begint na enig aarzelen een amicaal gesprek met de Amerikaan. Tijdens het gesprek schuift hij steeds dichter tegen de Amerikaan aan en slaat soms achteloos een arm om zijn schouder. Onderwijl blijft hij alle kanten opkijken, maar ook hij ziet me niet. Pas als de hand gevaarlijk dicht richting portemonnee duikt, kruisen onze blikken elkaar. Onmiddellijk schiet zijn hand terug. Hij maakt nog anderhalve opmerking om dan schielijk achter de coulissen te verdwijnen. Ik voel een steek van trots in mijn hart. Ik ben een crimewatcher en vandaag heb ik een misdaad voorkomen! En nou jij weer, Peter R. de Vries!

Na een paar minuten zijn de drie toeristen enigszins hersteld en staan gezamenlijk op, alsof ze weten dat de kust weer veilig is. Dankzij mij natuurlijk, de schetsende redder (ridder?) van het gepensioneerd toeristengilde. Wankelend vervolgen ze hun weg. Mij wordt geen blik waardig gekeurd. Er kan geen bedankje vanaf. Klere toeristen.

Kerstmis

IMG_0040

In een nis naast een kapel met Renaissancewonderen zitten Maria en Jozef achter een glazen raam kerstmis te vieren. Jezus ligt in zijn kribbe en zegent ons met zijn babyarmpjes. Twee koeien kijken toe. Kersttakken liggen op de grond. Het is 12 juli.

Het is een raar zomers gezicht, zo’n blij kindeke Jezus in de kerststal en de zorgeloze liefdevolle blikken van de beide ouders. Het kan in de beroemde Santa Maria Novella kerk. Aan de nok in het middenschip hangt dezelfde Jezus, maar nu aan het kruis met een van pijn vertrokken gezicht. Het is de eerste keer dat Jezus met zulke menselijke trekken wordt uitgebeeld en daarom is dit Icoon van Giotto wereldberoemd. Het wordt algemeen gezien als het begin van de Renaissance en elke toerist in Florence maakt er zijn opwachting.

In katholieke kerken zijn kruisigingen en hemelvaarten aan de orde van de dag. Ik snap dat wel. We voelen het lijden van Christus tijdens zijn dodengang en ook zijn liefde voor ons. Wie wil op zo’n manier voor mij sterven? En bij de hemelvaart zit het werk erop. Jezus gaat naar zijn hemelse huis en wij met hem, als we devoot leven. Het is de oranje wortel van de kerk, het diepste en dagelijkse inzicht van de verlossing.

De geboorte van Jezus vieren we niet dagelijks. Het is maar één keer kerstmis per jaar. En dat is niet eerlijk. Niet voor Jezus en niet voor ons. Hij gaat dagelijks dood op al die schilderijen terwijl hij maar eens per jaar geboren wordt. En wij lijden altijd met hem mee. Een geboorte daarentegen is vreugdevol en goed voor de harmonie. Gelukkige ouders vol verwachting. Het zou mooi zijn als we vaker kerstmis konden vieren. Met de focus op blijdschap en het huiselijke leven. Kunnen we wel gebruiken in deze tijd. Ik denk aan huis en aan de onsterfelijke Willi Alberti: de glimlach van een kind. Welkom thuis, Soetie!

Klere Italianen

IMG_0037

Ik ben nu ruim een week in Florence en zoals dat gaat, moet me een aantal dingen van het hart. Prachtig land, goddelijk eten, beschaafde mensen, alles is een zoete roze sluier, als je nieuw bent in een streek. Naarmate de tijd vordert, sluipen de eerste onvolkomenheden het bewustzijn binnen, die zich mettertijd ontwikkelen tot irritaties. Omdat ik van mijn hart geen moordkuil wil maken en morgen weer met een schone lei wil beginnen, ga ik even los. Moet kunnen, zo één keer per week. Komt ie.

Het zijn klere Italianen, die mannen die rondlopen alsof de wereld van hen is, met hun te lange haren en kleren, die als gegoten om hun bierbuikloze lichamen zijn gedrapeerd. Klere Italianen, die vrouwen die denken dat alles en iedereen speciaal voor hen is ontworpen. Die met pink en halve oogopslag de bediening kapen, terwijl ik al twintig minuten op mijn bestelling wacht. Klere Italianen, die verkopers die je aankijken met blanco blik als blijkt dat je geen Italiaans spreekt. Die geen enkele moeite doen om je wat dan ook maar te slijten en liever hebben dat je de winkel verlaat. Waar je op je knieën moet om toch iets te mogen kopen, waarbij ze je behandelen alsof ze mensheid zelf de hoogste gunst bewijzen. Klere Italianen, die rijden alsof ze permanent op een formule 1 parcours zitten waarbij elke stervende voetganger bonuspunten oplevert. Klere Italianen, de caissières die in de supermarkt doen alsof tijd geen geld is en elke klant hun hele levensverhaal uit de doeken doen. Klere Italianen, die zijn afgedroogd door de Duitsers maar rondlopen alsof ze Europacup hebben gewonnen.

Het is onrechtvaardig. Ze zijn wie ze zijn, vinden dat vanzelfsprekend en hebben nog eens het mooiste uitzicht ook. Er zit maar één ding op: do as the Romans do. Ik word Italiaan.

 

Romance in Florence

IMG_0028

Naast dat het zo waanzinnig lekker rijmt, horen romance en Florence een beetje bij elkaar. Je kunt weliswaar niet romantisch onder de brug door varen, maar dat mag de pret niet drukken. De stad is bezaaid met fonteinen die vooral lijken te zijn ontworpen voor een enkel doel: het tortelen van de duiven. En dat gebeurt.

De mooiste tortelfontein staat op het plein van de heilige geest (piazza de S. Spirito). Dat wil zeggen; de fontein is misschien niet de mooiste van de stad, maar het pleintje is de romantische ziel van Oltrarno en dat zet mensen aan om te tortelen. Het gaat dus om de pleintjes, niet om de fonteinen. Nou nee, het gaat om het tortelen. Anyway.

Er gebeuren geen opzienbarende dingen op het plein van de heilige geest. Aan de ene kant zitten toeristen en Florentijnen op de vele terrasjes, de andere kant is ingepikt door de hippies. In het midden staat de fontein en daar ontmoeten de beide bevolkingsgroepen elkaar. Het gaat er ongelofelijk gemoedelijk aan toe. Ik weet niet of het door de hippies komt, door de fontein of toch door de tortelende mensen. Maar het werkt. Ga kijken!

De moordenaar van de romantiek

IMG_0034

Er loopt een streep door de Arno. Het is een dam, waar het water overheen loopt, dus heel veel zin heeft die niet. Het zal ongetwijfeld een reden hebben, die streep. Misschien kan een waterbouwkundige me dat nog eens uitleggen. De streep loopt schuin door het water, wat het schildertechnisch tot een prachtige diagonaallijn maakt in de compositie. Voor schilders heeft die streep dus wel degelijk een functie. Daarnaast is het een avonturenpad voor jongetjes (en stoere meisjes), want je kunt van de ene kant naar de andere lopen zonder dat je de brug over hoeft. Ik heb het twee personen zien doen, in de tijd dat ik stond te schilderen.

Maar de streep is ook de moordenaar van de romantiek. Je kunt niet met je bootje over de Arno varen en dan onder de Ponte Vecchio je meisje een kus geven. Je strandt in het zicht van de brug. Nu hebben de Italianen heel veel manieren bedacht om er toch een romantisch feestje van te maken, daar in Florence. Maar jammer vind ik het, die streep door de rivier.

De winkel van Sinkel

IMG_0030

 

Italianen verkopen alles wat los en vast zit. Dat zijn allereerst de producten die zij als geen ander kunnen maken: ijs, leren tassen, kleding, papier, parfum, juwelen, schoenen en niet te vergeten de gebakjes die als kunstwerken in de vitrines liggen. En verder alles wat je kunt bedenken, tot hun eigen schoonmoeder aan toe. Wij kopen al die dingen gewoon bij de Blokker, Hema en de Bijenkorf (misschien de schoonmoeder niet), maar de Azurri’s hebben voor alle producten een apart winkeltje. Dat past natuurlijk niet in een enkele winkelstraat en daarom zijn er verschillende wijken voor verschillende producten. Als het op shoppen aankomt, zijn de Italianen ongelofelijk georganiseerd. Wij trouwens ook, bedenk ik me nu: we stoppen gewoon alles in één winkel. Da’s lang zo leuk niet, maar wel een bewijs van organiserend vermogen.

Enkele branches trekken zich niets van die indeling aan en zijn in elke wijk te vinden. Ik noem de handelaren in hoop, koffie en tabak; kerk, kroeg en tabakswinkel (een aparte en beschermde branche in Italië). Verder de piepkleine Alimentari, waar je alleen drank, chips en dan ineens waanzinnig lekkere buffelmozzarella kunt kopen. Van oma op het platteland. In de binnenstad zijn ze vaak in handen van Indiërs of Bengalen, dus daar is het wel even zoeken naar de mozzarella. Hoe die winkeltjes kunnen bestaan is mij een Godsraadsel. Ze zijn meestal leeg en van mijn flesje water voor een euro zullen ze niet blijven leven.

En dan is er de winkel van Sinkel. In het Italiaans heet dat Mesticheria, wat zich laat vertalen als verfwinkel, maar die naam beslist tekort doet. Als je echt niet meer weet waar je iets moet kopen, dan stap je zo’n winkel binnen. Het is een soort Bouwmarkt, Blokker en meneer Jamin ineen, maar dan op een oppervlakte van 10 vierkante meter. Het ziet eruit als de winkel van Malle Pietje, maar de spullen zijn nieuw. Alleen de eigenaar weet waar alles staat en dat is een licht obstakel als je geen Italiaans spreekt. Servicegerichtheid is niet de hoogste deugd in de Laars. Maar met enig doorzettingsvermogen verlaat je de winkel met de buit, waarvan je het bestaan al bijna niet meer durfde te vermoeden. Een verfklem in mijn geval.

 

The other side

IMG_0026

Elke stad heeft een scheidslijn tussen goed en fout, rijk en arm, hip en statig. Soms is dat de spoorlijn – over het spoor wonen heeft in veel steden in Nederland een duistere klank – en als er een rivier door de stad loopt, markeert die meestal de piketpaaltjes. De linkeroever van de Seine is ’s werelds bekendste voorbeeld en in Amsterdam was het leven ten noorden van het IJ lange tijd geen pretje. Er stonden eens galgenvelden, als ik me goed heb laten informeren. Dat de hipheid van een buurt kan veranderen bewijst overigens hetzelfde Amsterdam-Noord. Leve de metro!

In Florence is het niet anders. De dom, het oude paleis en alles wat waard was om gezien te worden lag opgestapeld aan de noordzijde van de Arno. Oltrarno noemden de Florentijnen “die andere kant” meesmuilend. Je wilde er nog niet dood gevonden worden. Dat veranderde wel iets toen de Medici in 1550 in het zuidelijk gelegen Pittipaleis gingen huishouden en vervolgens de halve aristocratie hun buitens op de zuidoever ging bouwen, maar het hart van Florence bleef altijd kloppen aan ‘deze’ kant. Behoudens enige paleiselijke grandeur bleef het zuiden een werkstad met kleine straatjes, kroegjes en ambachtelijke industrie. En juist dat biedt tegenwoordig ongelofelijke voordelen. Ik noem er drie.

Het contingent Japanse, Chinese en Amerikaanse toeristen bevindt zich in het noorden. Natuurlijk trekken ze en masse de Ponte Vecchio over om een blik te werpen op het Pittipaleis en de Bobolituinen, maar daarna zwermen ze snel weer terug. Vermijd de Via Maggio en de Via de Guicciardini en je zit gebakken. De buurt is – en dat is het tweede voordeel – bezaaid met kroegjes, terrasjes en galeries. Oltrarno is hip, kleinschalig en je kunt er goed eten. Als het te warm wordt kun je afkoelen in de kerken en kapellen, die op elke hoek te vinden zijn. Of je neemt een biertje. En tenslotte – en dat is het prerogatief van elke achterbuurt – vanuit Oltrarno heb je het mooiste uitzicht op het ‘rijke’ Florence. Even over de Arno heen kijken naar de Dom, die schittert in het avondlicht. En nu ga ik wijn drinken.

 

 

Het lichtje van Ambrosius

IMG_0025

Ik ben op zoek naar het andere Florence. Iets waar niet de geur van Dante of Michelangelo vanaf walmt. Bij kerken is dat een uitdaging, maar ik heb er een gevonden. In het centrum. De kerk van de heilige Ambrosius is een donkere parel. Simpel. Dak van donker hout. Natuurlijk ook veel 14e en 15e eeuwse kunstenaars die daar los zijn gegaan, maar de plek is ouder en heeft zijn sereniteit – en koelte – weten te bewaren. Het verklarend bijschrijfsel in Engels geeft niet veel duidelijkheid, maar in ieder geval staat de fundering er al sinds de 11e eeuw. De kerk was eerder aan andere heiligen gewijd, maar tijdens een wisseling van de wacht – nonnen namen de kerk over – kwam de heilige Ambrosius in beeld. De bisschop van Milaan (4e eeuw) was er namelijk eens – schrik niet – langsgekomen en was ook daadwerkelijk op die plek van zijn paard gekomen. Zo wil althans het verhaal.

Het bleef een rustieke kerk net buiten de stadsmuren, maar verwierf eeuwen later een sterrenstatus toen de pastoor de eucharistiekelk had vergeten schoon te maken. De volgende dag was de wijn veranderd in bloed. Gekkenhuis natuurlijk, met een van de eerste – devote – trekpleisters als gevolg. Inmiddels is de rust teruggekeerd en het is een heerlijke en koele ‘hideout’ als je aan het slenteren bent ten oosten van de Dom.

En als je denkt dat er niets is veranderd, dan heb je het mis. Ambrosius is met zijn tijd meegegaan. De kaarsjes die je kunt aansteken om iemand te gedenken, branden op elektriciteit. Doet verrassend genoeg niet echt af aan de gewijde sfeer en geeft je een staaltje van de praktische katholieke geest. Voor slechts een euro.

 

Het monster van Florence

IMG_0024

Lelijke gebouwen binnen de stadsmuren van Florence. Het is even zoeken tussen al die Renaissancistische hoogstandjes, maar de volharding loont. Het is een kwestie van omhoogkijken tot je oog stuit op een muur van beton. Strakke rechte en scheve lijnen tegen een strakblauwe hemel. Je ogen raken gewend aan het zien van ornamenten en verfraaiingen op de façades in Florence, maar bij het monstrum voor me is daarvan geen sprake. De betonrot heeft al toegeslagen. Kennelijk heeft men het waard gevonden om de muren te herstellen, want het beton is gespikkeld. Oude vaalheid wisselt zich af met recent aangebrachte specie. Het is het paard van Pippi Langkous, maar dan hoekig getekend door een kind van zes. Een paard van Troje binnen de muren van de stad van de Medici’s. Zoals dat met paarden gaat: het is het begin van het einde.

Op enig moment in de geschiedenis heeft men ervoor gekozen om een blok huizen van 400 jaar oud neer te halen en een betonnen monstrum terug te geven aan de stad. Het kan zijn dat het in de tijd van Mussolini was – die had daar wel een handje van – of misschien van een socialistische evenknie in de jaren zestig. Ik loop naar binnen om een plakkaat te vinden van de architect of bouwjaar, maar ben niet succesvol. De binnenkant doet me denken aan de Wiskundefaculteit van de Universiteit Twente. Betonnen wanden waar de afdruk van ruwe planken nog in is te herkennen. De insider weet welke gevoelens van desolaatheid zoiets oproept. Wel zie ik dat het postkantoor – want dat is het – door de week geopend is van 8.20 uur tot 19.05 uur. Dat zijn nog eens strakke openingstijden. Nooit meer beweren dat de Italianen niet punctueel zijn.

Ik loop naar buiten en ga zitten op het tegenovergelegen terrasje. Ik neem het gebouw in mij op, maak een geestelijk beeld van het lijnenspel en de schaduwen en begin te schetsen. Er zit een fascinatie in lelijkheid en het valt nog niet mee om al die lijnen in verdwijnpunten te laten verlopen. Gedurende de hele tekening staat een veel te dikke man onbeweeglijk naast het gebouw. En profiel. Zijn forse buik steekt dapper uit. Het wordt de enige curve in deze verder hoekige constructie. Soms heb je mensen nodig om iets organisch aan een tekening toe te voegen.